4C-ID Model (Jeroen van Merriënboer)
Hoe zit het 4C/ID-model in elkaar?
Het 4C/ID-model is opgebouwd uit vier gerelateerde componenten (zie Figuur 1), namelijk: (1) leertaken, (2) ondersteunende informatie, (3) procedurele informatie en (4) deeltaakoefeningen. Deze componenten vormen dan ook de richtinggevende principes voor het ontwerpen van trainingsprogramma’s om complexe vaardigheden aan te leren.
(figuur 1 vier componenten instructional design model)
Wat: Het 4C-ID-model integreert een groot aantal (leer)psychologische principes tot een wetenschappelijk verantwoorde methodiek voor het ontwerpen van oefentaken om een bepaalde complexe taak onder de knie te krijgen.
Hoe:
1- Holisme is de theorie en de praktijk koppelen door realistische taken/opdrachten waarin kennis en vaardigheden samengebracht worden.
2- Cognitieve belasting:Omgaan met een beperkte belasting van het werkgeheugen van de leerling.
3- Transfer.
4- Constructivisme.
Methode
Waarom het 4C/ID-model gebruiken?
Een eerste voordeel van het 4C/ID-model is het generieke karakter van het model. Dit zorgt ervoor dat het toepasbaar is in verschillende domeinen en sectoren.
Van Merriënboer en Kirschener (2007) geven daarnaast aan dat het 4C/ID-model tegemoet komt aan drie problemen binnen het educatief terrein:
1. Compartimentalisatie voorkomen
Via het 4C/ID-model worden kennis, vaardigheden en attitudes gecombineerd tot één kennisbasis.
2. Fragmentatie vermijden
Via het 4C/ID-model worden geen afzonderlijke delen aangeleerd, maar wordt er gefocust op de coördinatie van deeltaken in authentieke situaties.
3. Omgaan met transfer
Het 4C/ID-model erkent dat het aanleren van complexe vaardigheden vraagt naar andere leerprocessen met andere eisen voor het gebruik van instructiemethodes.
Ten derde werd het 4C/ID-model reeds gevalideerd op onderzoeksniveau en de effecten werden nagegaan op praktisch niveau. Op theoretisch niveau werd de effectiviteit van het 4C/ID-model nagegaan in diverse domeinen zoals computerprogrammeren, statistiek, fysica, etc. Daarnaast werden ook verschillende deelaspecten van het 4C/ID-model meer in detail onderzocht (e.g. de presentatie van de just-in-time informatie).
Tot slot kan een goed ontwerp van een trainingsprogramma volgens het 4C/ID-model ervoor zorgen dat de lerenden niet worden overweldigd door de complexiteit van het programma (Van Merriënboer & Kirschener, 2007). De ordening van leertaken van makkelijk naar moeilijk, de ondersteuning die wordt gegeven wanneer het nodig is en zowel de ondersteunende en procedurele informatie zorgen ervoor dat de lerende zoveel mogelijk inspanningen kan gebruiken om de leertaak tot een goed einde te brengen en aandacht te besteden aan het leren.
Meer weten over het 4C/ID-model?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten